Therapie met tosti’s

Marianne van der Hoeve heeft een praktijk die zich richt op de zoekende mens. Mensen die niet meer weten wie ze zijn, hoe ze moeten leven en met vraagtekens zitten. Marianne weet als geen ander dat de huidige maatschappij ontzettend veel van mensen vraagt, en dat pillen geen oplossing zijn. Marianne weet raad, met allerlei soorten andere therapie.

Lokaal 5.11, derde etage (goed duwen, deur klemt!)

“Goedemorgen allen, dag Hans wat fijn dat jij er ook weer bent. Heeft iedereen zijn mandje mee? Vandaag gaan we het over de goede ingrediënten hebben hoe je de beste tosti maakt. Daarbij luisteren we goed naar onze smaak en proberen we ook in contact te komen met de tong. Wat zeg je, Kim? Kaas beschimmeld? Wanneer heb je die gekocht dan, je kunt kaas ook niet weken bewaren. Toen we begonnen met deze therapie? Kaas kan echt niet drie maanden in de koelkast liggen, Kim, niet zo gek doen. We beginnen met de basale vraag: Wat heb ik nodig voor een to-, Ja, Lenny, ik weet dat we al een tijd bezig zijn met tosti’s en ik weet ook dat iedereen ondertussen weet wat er op een tosti gaat, maar dat doet er niet toe. Lenny, kun je vertellen waarom je nou zo reageert? Ik zie namelijk dat het je echt iets doet. Vind je het moeilijk om dingen voor een meerdere keer te horen of te moeten onderzoeken? Dat heb je ook in je leven. In je leven komen meerdere dingen steeds voorbij. Neem vrienden, die komen en die gaan, en iedere keer kun je denken: dit heb ik al gehad, ik vind dit niet interessant, maar je kunt het ook zien als een nieuw leerproces en een test om met de ervaringen van de vorige keer, opnieuw naar hetzelfde fenomeen te kijken. Klinkt dat goed, Lenny? Hans, niet de randjes van de kaas opeten!

Oké, iedereen ogen dicht nu. Neem de boterham in je hand en voel hoe deze voelt. Is het zwaar? Hoe voelt de structuur, Nicolette ogen dicht, ga even in de boterham. Praat met de boterham, wat zegt hij of zij tegen jou? Is het een vrouw of een man? Vindt ze het fijn om hier te zijn? Ziet hij op tegen het hete tosti-ijzer? Vraag het. Hier nemen we even een minuutje voor.

Oké, we doen nu de andere boterham. Neem het in je hand. Voelt deze anders dan de vorige? Heeft deze meer gewicht, en zo ja, wat betekent dat? Misschien heeft deze boterham meer meegemaakt. Net zoals jullie. Sommigen van jullie komen net kijken als een jong blaadje, en de anderen hebben al veel ervaringen opgedaan. En wat deed dat met jullie? Heeft dat jullie gevormd? Is het daarom dat jullie nu hier zijn, waar je hulp voor wilt? Voel het aan, vertel het aan de boterham. Pak desnoods een potlood en schrijf het op. Voel je vrij, schrijf alles op wat in je opkomt. Maar onthoud, wat je opschrijft, vertel je ook aan de boterham.

Goed allemaal. Heel goed gewerkt! Hans, goed geconcentreerd. Ik wil even een pauze. Dit was heel zwaar, ja Kim ik snap het, goed gedaan. Ga allemaal even een frisse neus halen, eet iets. Ik zie jullie zo terug.

Welkom, fijn dat iedereen er nog steeds is. Ik zag net op de klok dat we nogal lang stil hebben gestaan bij de boterham en ik heb hierna nog een afspraak bij de pedi- enfin, we gaan snel door.

Kaas. Kaas is een essentieel onderdeel van de tosti. Ja, Kim, alles is belangrijk, maar kaas is toch wel net iets belangrijker. Kaas moet goed gesmolten zijn, maar niet te veel zodat het hele tosti-apparaat onder zit. Het gaat om balans. En dat is een mooi begrip om deze week over na te denken. Wat doet balans met jou in je leven, heb je balans? In hoeverre zoek je balans? We stoppen zometeen de broodjes in het apparaat, en dan wil ik dat iedereen om de minuut even kijkt naar de tosti en goed de kaas bekijkt. Er gebeurt namelijk iets met de kaas. Het gaat zweten. Kan iemand mij vertellen wat ik hier mee wil aankaarten? Nicolette, nee, bewegen is belangrijk, maar daar hebben we het nu niet over. Lenny? Nee, ook geen persoonlijke hygiëne. Nee, ik wil het hebben over dat we de kaas dwingen in de hitte, en we de kaas uit zijn comfortzone halen. De kaas komt in een nieuwe omgeving met andere factoren en vindt dit spannend en misschien wel ongemakkelijk. Denk daar maar eens over na. Hoe gebeurt dit in jouw leven? Gebeurt het eigenlijk wel in jouw leven en waarom wel of waarom niet? Wat doet uit-je-comfortzone-gaan voor jou als mens?”

“Wil iedereen weer gaan zitten en zijn of haar tosti voor zich leggen. We sluiten af met de ogen dicht te doen en een minuut stilte, Kim. Geen zorgen dat komt zo, maar eerst doe ik een ronde tosti-lezen.

Oké, dan mag iedereen afstand nemen van zijn tosti en kom ik even kijken. Lenny, als eerst de jouwe. Kun jij iets vertellen over jouw tosti? Hm-hm. Hm-hm. Ah, wat goed ja. Dus je voelde dat de pesto door de boterham wilde dringen? En heb jij dat ook met jouw vader? Is dat de reden waarom je vader nu in het ziekenhuis ligt? Hm-hm. Ja precies, heel mooi gesproken. Bedankt voor je openheid.

Oh, jeetje, ik zie nu ineens dat het al tijd is. Dan wil ik jullie vragen of iedereen zijn of haar tosti meeneemt naar huis en daaruit een vorm snijdt. Gewoon, uit de vrije pols.

Toedeloe, en onthoud! De tosti is meer in je leven dan je denkt. Dag Hans.”

Eerste herinnering

Zondag. Elke week opnieuw. Het was maar afwachten of er nog meer familie zou komen opdagen.

Oma had al koffie gezet en een glaasje appelsap voor mij ingeschonken.

Ik had het al gezien. Ze stonden op het bureau te glimmen. Ze keken mij aan met hun priemende oogjes. Drie stuks. Twee grote en een kleinere.

Iedereen zei gedag tegen elkaar. We waren niet de eersten. Mijn tante, oom, neef en nicht zaten al op de bank met een half leeg kopje koffie.

Ik nam plaats in een rieten stoel die altijd heerlijk kraakte als ik erin ging zitten. Stiekem bewoog ik met mijn billen zodat het gekraak niet zou stoppen als ik eenmaal zat. Met mijn nagels ging ik over de leuning.

Ik hield ze goed in de gaten, de glimmende drie op het bureau. Ik zag dat mijn neef ze ook al had gezien. Hij keek van het bureau naar mij, en van mij weer naar het bureau. We maakten oogcontact en lachten naar elkaar.

Alleen de tafel stond tussen ons in. Een lichte tafel van hout, hij was bijna geel. De tafel kwam tot mijn schenen, dus ik kon makkelijk er over heen om hem van mijn neef te pakken. Hij had mijn chocolade paashaas gepakt en had er nu twee. Het was niet eerlijk, hij was van mij!

Ik kon wel huilen, janken, schreeuwen, stampen en om mij heen slaan. Mijn neef had mijn haas. Hij was van mij. Het voelde alsof niemand in de ruimte aanwezig was, behalve mijn neef van twee koppen groter dan ik, en de chocolade paashaas natuurlijk, die stond in het middelpunt van de aanwezigheid.

Mijn neef lachte spottend. Ik wist dat het een grap van hem was, maar ik vond het op geen enkele manier leuk. De tranen stroomden langs mijn wangen en ik kon niet begrijpen waarom hij zo gemeen was. „Remco!”, klonk er ineens vanuit het duister.

Onder de eettafel zat ik met mijn knieën opgetrokken. Ik hield de benen, die langs de tafel kwamen, goed in de gaten. Eindelijk was ik herenigd met Haas, niemand pakte hem nog van mij af.

I am DYING

„Hebben jullie ook magere melk?”
„Nee, alleen volle melk en soja.”
„Halfvolle?”
„Nee, alleen volle en soja.”
De Amerikaanse vrouw vond het blijkbaar niet kunnen, want met een boze blik weigerde ze een cappuccino met volle melk te drinken.
„In een americano zit enkel espresso en heet water, dus wellicht kunt u…”
„Nee, doe dan maar een cappuccino. Welke maten hebben jullie?”
Haar zoon stond naast haar. Het was duidelijk dat hij het gewend was, maar het leek niet alsof hij zich schaamde voor zijn moeder.
„Klein”, Lenne hield de meeneembeker omhoog, „En groot.”
„Doe maar een kleine en een middelmaat. Maar ik wil hem graag wat sterker. Ik drink mijn koffie sterk.”
„Ik kan er een extra shot espresso in doen?”
„Ja, doe dat maar.”
„We hebben alleen klein”, Lenne hier de meeneembeker omhoog, „En groot.”
„Oh, nou doe dan maar twee kleine. En dan een extra sterk.”
Ze liep naar de wc en de zoon rekende af. Lenne wilde duizend dingen aan de jongen vragen, maar ze kreeg geen woord uit haar mond.

„Wilt u nog suiker?”
„Ja ja.” Drinken Amerikanen suiker in hun koffie? Ze willen in ieder geval geen volle melk. Misschien is het idee van vet in je melk beangstigend en geeft het een fijn gevoel om melk met weinig vet te drinken, maar vinden ze suiker geen probleem.
De Amerikaanse vrouw gooide twee zakjes suiker in de kleine cappuccino met een extra shot en begon te roeren en hield de kleur goed in de gaten. Ze gooide de zakjes van zich af en nam een slok. Als een dramatische godin trok ze een gezicht alsof ze flauw ging vallen.
„Nee, nee het is echt veel te sterk. Oh, ik ga dood!”
Lenne moest twee lange seconde nadenken over wat ze net zag en hoorde. „Je gaat dood?” Vluchtig keek ze naar de zoon. Maar hij keek normaal, alsof zijn moeder niets opmerkelijks zei.
„Ja, ja oh, ik ga dood. Haal er asjeblieft wat uit en doe er wat melk bij. Oh, mijn koffie moet perfect zijn. Ik drink mijn koffie alleen perfect.”
Lenne keek met een schuin oog naar Gerben die van een afstandje het hele tafereel bekeek. Snel keek Lenne weer weg en richtte zich geconcentreerd op de meeneembeker. Ze moest zichzelf in bedwang houden om of niet in lachen uit te barsten of een golf van walging over de vrouw verbaal heen te spugen.
„Een klein beetje eruit hoor.” Lenne had nog niet eens een druppel in de gootsteen laten vallen of de vrouw begon al te sputteren. „Ja, ja dat is genoeg!”
„Zo, en dan doe ik er nu een beetje volle melk bij.” Lenne vond het jammer dat de vrouw haar opmerking niet hoorde.
De Amerikaanse vrouw roerde weer en nam een slok.
„Hm ok.”
En ze liep weg en liet Lenne achter met een bar vol lege suikerzakjes en drie vieze roerstaafjes.
„Typisch”, mompelde Gerben.

Even later kwam haar zoon weer binnen. „Heb je nog twee deksels voor mij?”
Lenne knikte en gaf ze aan hem. Hij bedankte niet en liep naar buiten.
„En mijn stereotypische gedachten over Amerikanen worden maar weer eens bevestigd.”

De stellen in het filmhuis

Zij zat op de hoek van de bank. Hij niet. Hij zat gewoon op een stoel en nam wat afstand. Duidelijk ongemakkelijk hield hij zijn armen op zijn schoot, niet wetend wat hij moest doen.

Het was een aandoenlijk aanzicht. Het was een twijfel of ze al meerdere dates hadden gehad of het hun eerste was. Was het een blinddate? Nee, nee dat was het niet. Hij stond op en hij bleek minder ter been te zijn. Zij keek hem niet na, ze was het gewend.

Maar waarom was het dan zo ongemakkelijk? Was hij autistisch en bracht hij zijn hele leven achter de computer door? Misschien had hij nog nooit een vrouw in het echt gezien, alles was mogelijk.

Goed, ze kenden elkaar al langer. Ze werkten samen en waren door collega’s gekoppeld. “Jij moet echt uit met Jan van de derde, weet je wel, met die bril?”

Hij had z’n best gedaan en zeker een paar minuten nagedacht over de kleding die hij aan moest op hun date. Hij had al de hele dag een wit shirt aan, een basic shirt, daar was niets mis mee. Maar nu bleek hij al jaren de verkeerde deodorant gebruikt te hebben en er zaten allemaal gele plekken onder zijn oksel. Een pullover dan maar. Met een lage V-hals. Ik vond dat hij het witte shirt er onderuit moest halen, maar een V-hals bij dat type man was ook niet precies wat we zochten.

Ik probeerde onopvallend mijn ogen op het ongemakkelijke koppel te richten, totdat het stel erachter mij indringend aankeek. Het ANWB-koppel.

Ze droegen identieke wandelschoenen en dronken dezelfde thee. De film had een goede recensie gekregen in De Kampioen. Zonder enige vorm van intimiteit wachtten ze totdat de film begon. Vertrouwd als ze waren zaten ze netjes naast elkaar met hun thee -zij waarschijnlijk met een lepeltje honing erin-.

Er waren verschillende gradaties. Het ongemakkelijke/verse koppel, het dertig-jaar-bij-elkaar-zijnde ANWB-koppel en het spelletjes spelende stel. Zij waren een paar jaar bij elkaar en vonden het nog spannend om een dagje naar de film te gaan, maar namen wel de tijd voor een potje mens-erger-je-niet. Hoort ook bij het leven.

Ho, het ongemakkelijke koppel stond op en deden hun jas aan. Buiten raakte hij haar bovenarm een paar keer aan voor een eerste stap tot een kus, zij deed koel en nam afscheid met drie zoenen. Ze gingen allebei hun eigen weg. Zij pakte nog haar fiets.

Waar een filmhuis allemaal niet goed voor is.

Hendrik het Hert

Deense Hendrik wist wat geluk was. Hij was jong en barstte van de energie. Het was een goed seizoen en er waren genoeg bessen en bladeren om van te eten. Zijn voedsel kreeg genoeg voedingsstoffen binnen, de regen kwam regelmatig met bakken uit de hemel.

Het was een herfse dag en Hendrik sprong en sprintte door het uitgestrekte landschap. Heuvel op, heuvel af. Zijn lichaam was in topvorm en soms baalde hij daar wel van. Niet altijd kon hij goed en effectief zijn energie kwijt.

Daar ligt onze Hendrik.
Daar ligt onze Hendrik.

De donkere wolken raasden over de zee en bevlekten de zon. Duistere schaduwen gingen in groepjes over de tarwesprieten. Hij bewoog mee met de wind en sprong er over en tussendoor. Hendrik was gelukkig.

Natuurlijk was hij een hert en had verder geen idee over voortplanting, hij dacht er wel eens over, maar vond het nog te vroeg. Hij was zelf nog een jong dier.

Hendrik keek rond en rook de aankomende regengeur. Een paar konijnen deden een paar meter verder waar ze voor geschapen waren.

Een golf van angst ging door zijn lichaam. Hij rook een mens en hoorde geschreeuw. Het kwam dichterbij. Hendrik had dit nog nooit meegemaakt, maar zijn instinct nam het over.

Hij rende weg. Rende tussen de weilanden, over de uitgestrekte vlakten. Hij keek niet om, maar hoorde het geluid nog steeds dichterbij komen. De vlakten waren mooi, maar gaven geen beschutting. De struiken waren de beste oplossing.

Wat bleek? De struiken vormden een hek voor de krijtrotsen. Hendrik sprong door de struiken en viel in het diepe.
Beneden brak hij z’n nek en was op slag dood.

Gelukkig hoefde hij zich geen zorgen meer te maken over de voortplanting en had hij een mooie laatste dag.

Zwangerschapsgezelschap

Drie vrouwen zaten op het terras. Een fles Badoit stond aangebroken op tafel, ze hadden ieder een glas vol.

Ze praten over hun mannen, de toekomstige kinderen en klaagden over vriendinnen. Toen zag ik het: ze waren alle drie zwanger.
Ik besefte het pas laat, maar ze kenden elkaar van zwangerschappuffen. Geweldig hoe die vriendschappen ontstaan en bewust ook in stand blijven als de baby’s ter wereld zijn gekomen.

Toch zie ik hier een forcatie. Het idée van een zwangerschapsgezelschap, hoe geweldig gezellig dat is, was voor hen de reden om het te doen -eigenlijk denk ik dat heel veel mensen om die reden überhaupt dingen doen-. Samen kneuteren over nieuwe ledikantjes en straks, als de kinderen een paar maanden oud zijn, op te scheppen: “Nou, mijn meisje kan al lopen en zegt al bijna mama. Zo schattig als ik dat kleintje in de ogen kijk en ziet dat ze mij herkent.”
Dan iedere maand samen komen voor updates, maar eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd te zijn in de ander, enkel om gezien te worden en deel uit te maken van de (sociale) maatschappij.

Hoe meer ik er over na ging denken, hoe depressiever ik werd. Hoe vrouwen zijn, hoe het leven voortkabbelt.

De jongste van de drie, ik gok midden twintig, was het meest aan het woord en klaagde over haar man die niets deed in het huishouden. Ze werd uitgenodigd voor een etentje bij haar schoonouders en na het eten zei haar schoonmoeder tegen haar: “Kom, wij vrouwen ruimen wel af.” En dat terwijl de vrouwen ook gekookt hadden, “Afschuwelijk!”. Hoe lyrisch was de jongste dat dit zo met de paplepel werd ingegoten bij haar man. Thuis was het namelijk niet anders. Haar man deed zelfs een keer de afwas en zei nadrukkelijk tijdens zijn schoonmaak: “Zie je dat ik dit ook doe?”, en dat terwijl ze net het hele huis van A tot Z had schoongemaakt.
Maar ze mocht in haar handen knijpen, want een vriendin van haar had een man, daar een vriend van die deed niets, volgens diegene zijn vrouw. Zijn vrouw was ook zwanger en kreeg net te horen dat ze een meisje kreeg. De jongste vond het leuk, iedereen om haar heen kreeg jongens. De vrouw begon daarna met: “Ja, maar een jongen heeft ook voordelen” en de jongste begon te zuchten en vond het vervelend dat de vrouw zo klaagde.
En ondertussen tijdens de Badoit maar door praten over de negatieviteit van haar leven.

En toen dacht ik: die vrouwen hebben niets anders. Ze kennen elkaar van het zwanger zijn, dat zijn hun enige overeenkomsten. Ze móeten het wel over hun mannen en hun zwangerschap hebben.

Er was een stilte en de oudste kwam tot de conclusie dat hun mannen best lief waren om af en toe mee te gaan naar zwangerschapsyoga. Het is voor die mannen ook niet makkelijk.

Ze lachten en bestelden nog een schaaltje olijven in plaats van stokbrood met kruidenboter. Want ze waren al zo veel aangekomen door het kind in hun buik.