Schoonmaakster Jet

“Onze schoonmaakster Jet, maakt hier met liefde schoon. Zij zou het waarderen dat geen-klanten een kleinigheid voor haar achterlaten.”

Dit hing er. Dit hing boven de wc. Ik moest er al om grinniken toen ik op de wc ging zitten en af en toe draaide ik mij om om nog echt even goed te kijken of dat er wel stond.

Ja, het stond er echt. Schoonmaakster Jet. Prachtig. Schoonmaakster Jet, een gezellige middelbare vrouw. Net iets te veel kilo’s, een schortje om en een uitgezakt permanentje. Al jaren in dienst, altijd in voor een praatje. Geeft je een knipoog als ze je betrapt wanneer je je borsten schikt in je BH of nog even je mascara goed doet.

Ik waste mijn handen en vulde mijn flesje met koud kraanwater. Tot mijn schik kwam er toen iemand binnen. Een schoonmaakster die helemaal geen knipoog gaf toen ze mij mijn borsten zag schikken en mijn mascara bijwerkte. Ze keek eerder geschokt toen ze mij trof in dit tafereel. Ik was geschokt omdat ik mij Schoonmaakster Jet heel anders had voorgesteld.

Ik probeerde een praatje met Schoonmaakster Jet te maken. Ik herstelde en foeide mij voor de vooroordelen die ik had bij ‘Schoonmaaktster Jet’ en de fantasie en associaties die mijn eigenste brein weer had bedacht. Schoonmaakster Jet reageerde met een rood hoofd toen ik met haar begin te praten. Ik begon over een mooie zonnige dag en wilde met haar over het weer hebben, maar ze sprak geen Nederlands. Ze stamelde wat sorry sorry en verdween weer. Volgens mij was dit helemaal niet Schoonmaakster Jet.

Maar huh? Waar is Schoonmaakster Jet? Is ze misschien ziek? Krijgt Schoonmaakster Jet nu wel die vijftig cent die ik op het schoteltje heb gedeponeerd. Gewoon, omdat het ik het haar gun. Ook al was ik wel een klant (ik had immers een cappuccino gedronken).

Ik was zo van mijn a propos dat ik het ook niet aan de medewerkers van het Grand Café heb gevraagd waar Schoonmaakster Jet was. Misschien ga ik van de week nog even langs en kijk ik of Jet al beter is.

Advertenties

Begroeting

Buschauffeurs begroeten elkaar als ze elkaar voorbij rijden. De hele dag door. Ook al komen ze elkaar zes keer tegen, ook al rijden er zes bussen achter elkaar.

Ik vind dat mooi.

Net zoals motorrijders elkaar gedag zeggen (niet letterlijk) als een motorrijder een andere motorrijder ziet. Geen brommers, die tellen niet.

Of hardlopers, even een high five of een lach, een samenhorigheid. Joe joe!

Ik vind dat mooi.

Als ik aan het wandelen ben, met m’n wandelschoenen, rode sokken en tas met stokken en tent -weet ik veel- en ik kom iemand tegen die net zo bezweet en baalt van die tas, dan is dat even samenhorigheid. Even een hallo, misschien zelfs een praatje. Een korte ervaring van bij welke plek je echt niet je tent op moet zetten en waar je een heerlijk bakkie kan drinken uit de wind.

Geweldig.

Als je op straat loopt, neem een winkelstraat, en je zegt hallo tegen iemand, of je lacht, denken mensen dat je iets van hen moet. Dat je gek bent geworden.

Maar de kleine groepen die iets delen, daar is het geaccepteerd. Daar is het leuk. Daar is het mooi. En dat vind ik mooi.

Fietsers begroeten elkaar ook, maar PAS OP, want van het begroeten van dagjes mensen met Human Nature unisex windjassen kun je van een koude kermis thuis komen. (Ik denk dat kermismensen elkaar ook wel begroeten, of is daar rivaliteit?)

Leuk hè.