Dag I Boedapest

Eén mei tweeduizendtien

Zelfs met de gedachte ‘ik ga naar Boedapest’ kon ik niet opgewekt wakker worden. Wat was ik duf. Balend als een stekker sleepte ik mijzelf uit bed, want ik moest de laatste dingen nog inpakken. De trolley die al een week open stond in mijn kamer, zat nog lang niet vol. Ik probeerde zo min mogelijk mee te nemen. Gelukkig werd het warm in Boedapest, dus enkel witte shirtjes waren voldoende. Voor de zekerheid toch maar een trui en vest erin gegooid, ruimte zat. Nog steeds niet wakker kleedde ik mij om en na zelf helemaal klaar te zijn, ging ik duf op de trolley zitten om hem dicht te maken. Waarom ik erop ging zitten wist ik ook niet, er was ruimte genoeg. Toegestaan gewicht: 23 kilo. Werkelijk gewicht: 11 kilo.
Als handbagage had ik mijn handtas en de cameratas. Rugtas hebben we maar niet gedaan, omdat we dan te veel moesten slepen en zoveel zouden we niet meenemen op onze rondes door Boedapest. Toegestaan gewicht: 15 kilo. Werkelijk gewicht 4 kilo. Keurig.  

Om half elf zouden we met de auto voor Michiel zijn huis staan om hem op te halen. Keurig vijf minuten te laat kwamen we aan. Zijn ouders nog even met mijn ouders praten, zo ging dat altijd. Normaliter hebben vrouwen meer bagage mee dan mannen, maar hier was dat niet het geval. Michiel had een grote, licht blauwe koffer die 1.8 keer zo groot was dan mijn bescheiden zwarte trolley.  

Onderweg waren we niet zo spraakzaam, op een ‘Zin in Boedapest!’ na. Het was natuurlijk ook pas elf uur in de ochtend. Een broodje gegeten in de auto, flesje cola in de houder. Met geen file en beetje tempo erin kwamen we rond half twaalf aan op Schiphol. Het vliegtuig zou om vijf over twee opvliegen, maar in de ochtend was er al een wijziging dat het vervoersmiddel om half twee zou vertrekken. We hadden nog twee uur en dit was zeker wel nodig. Niet aangedacht was het de eerste dag van de meivakantie en ging heel Nederland op vakantie. De rijen waren ontzettend lang, behalve als je al een boardingpas had. Deze kon je 24-uur van te voren printen, maar bij onze vlucht kon het enkel vanaf Boedapest, dus de terugreis. Met een Amerikaan voor ons printen we de tickets uit voor vlucht Malév Hungarian Airlines MA663.
We hadden beide één koffer p.p. dus we werden doorverwezen naar een apparaat voor de bagage. Koffer erop, tralies ervoor en de koffer ging ervandoor. Hopen dat we de label goed hebben geplakt, recht en niet verkeerd om. Hopen dat de koffer naar Boedapest ging en niet naar Malmö (Dan zouden we hem dáár wel even ophalen!)  

Tickets to heaven.

Zo zonder bagage konden we rustig ergens neerploffen voor een goed kop koffie. Omdat het voor de douane erg druk was, besloten we gelijk door de douane te gaan. Hier was weer een lange rij te vinden. Dit hadden we echter niet door toen we aankwamen lopen, want aan het begin konden we ergens in om een flink stuk af te snijden. Dom dom. Achteraan gesloten konden we stapvoetsgewijs doorlopen en eindelijk onze spullen op de rolband leggen. Ik hoefde enkel mijn handtas, cameratas, iPhone en Nokia in een mandje te doen, terwijl Michiel zijn riem, vest, mobieltjes, schoudertas en cameratas erop moest leggen. Hele striptease. Wonder boven wonder gingen bij ons beide de metaal poortjes niet af.  

We hadden nog een kwartier tot we ons moesten melden bij Gate 2. Neergeploft bij Starbucks, wat eigenlijk te fout voor woorden is, namen we een Frappuccino en gingen we even langs de toiletten om ons flesje te vullen. Nu het nog kon, want in Hongarije moet je het water niet uit de kraan drinken, tenzij je een stoot verkeerde bacteriën in je lijf wilt. Door de douane mocht je geen vloeistoffen meenemen, waardoor ik op het laatste moment ik mijn zonnebrandcrème in mijn trolley moest doen. Met Zweden achter ons, Duitse piloten voor ons zaten we gebakken.  

Bij onze gate aangekomen gingen we zitten met een neurotische bui. We zouden en moesten onze koffer in het vliegtuig zien gaan. Natuurlijk zag ik mijn koffer niet, een zwarte trolley, en Michiel zijn knalblauwe koffer ook niet. Het oudere gezelschap tegenover ons, vroeg geïnteresseerd wat we in Boedapest gingen doen. Tijd om te netwerken. Tijd om het vliegtuig in te stappen, maar we hadden onze koffers nog niet het vliegtuig in zien gaan. Het zou vast goed komen, anders zouden we weer wat te vertellen hebben.  

Prachtige auto in heerlijke ghetto.

Het vliegtuig was klein en we liepen langs de drukke rijen. We hadden de plaatsen aan het raam, op de achterste rij. Kort samengevat:
Een man naast ons kwam uit Boedapest, leerde ons wat woordjes. Zei dat hij met zijn vrouw belde en die de mededeling had dat het heerlijk weer was. Een stewardess (Agness) die echt een enorme slet was. Zo zag ze eruit. Soort Lady Esther. Heerlijke broodjes, ciabatta met ham.
Het vliegtuig vloog 880-905 km/uur.  

Toen we uit het vliegtuig kwamen, scheen de zon vrolijk in ons gezicht en mochten we met een trappetje gevolgd door een busje naar de aankomst hal. Meteen zonnebril uit onze tassen gehaald. In de bus al onze elektronica weer aangezet, deze moesten uit tijdens het vliegen. Op al onze mobieltjes gelijk een sms met ‘Welkom in Hongarije […]’. Vooral de NOKIA 3310 had een leuke ringtoon, waardoor iedereen opkeek.  

We waren nog niet uit de bus gestapt, of de bagage was al op de lopende band. Een recordtijd. Toen we aankwamen lopen, zag ik mijn trolley al bijna weer naar achteren gaan dus ik rende om hem te pakken. Eigenlijk had ik net zo goed rustig aan kunnen doen, want Michiel zijn koffer bleek al weer naar binnen te zijn en moesten we daarop wachten.  

Een pinautomaat was snel gevonden en Michiel pinde 40.000 Fl. (Omgerekend 150 euro.) 20.000 Fl. / 75 euro p.p.  

Met koffer en zonnebril op, leuk detail om te herhalen, vervolgden we onze reis naar de kaartjes automaat om daar een 72-uurs kaart te halen voor het openbaar vervoer. Er waren een paar dingen die opvielen. Ten eerste het feit dat ze daar geen 72-uurs kaarten verkochten, en het feit dat er enkel muntgeld in kon. We hadden net 20.000 Fl. gepind, dus geen beginnen aan. ‘Do you speak… Dutch?’ vroeg Michiel aan een stel mensen achter ons. Haha, of je vraagt of ze Engels spreken, of je vraagt het in het Nederlands. De vrouw antwoordde overigens, gewoon met ‘Ja.’ Maar niemand wist hoe wij nou aan zo’n kaartje zouden moeten komen! Terug naar een andere automaat, de buschauffeur kon ook niet wisselen van een briefje van 20.000. Nee, ghetto land is het ook. Deze automaat had wel de 72-uurs kaartjes, maar kon geen briefgeld aannemen. Binnen onze briefjes 20.000 gewisseld voor wat kleiners.
Uiteindelijk maar een buskaartje (en metrokaartje, want de buschauffeur begreep het niet) in de bus gekocht. Zo konden we eindelijk naar het metrostation. Je weet niet wat je ziet als je van de buitenwijken naar het metrostation rijdt. Het metrostation zelf is ook nog in de buitenwijken, maar noem het buitenaards en het komt aardig overeen. Het is een soort mengeling van Afrika met het Oostblok in zijn ergste vorm. Het begint met kleine hutjes van hout en bij het metrostation waren er vervallen, stenen gebouwen. Het was in één woord: geweldig.

Metrolijnen.

De bus stopte bij het metrostation (Köbánya – Kispest) en er was een emo meeting. Net Utrecht Centraal. Een ander vervelend punt was dat we óver het metrorails moesten, via een brug. Met onze koffer tillend, betraden we de krakend treden en werden we boven gelijk gecontroleerd.
De metro stopte op ”Deák Ferenc tér’’. Het plein in het centrum waar al de spannende dingen gebeurden. Dit was ook het centrum voor de metrolijnen, dus het overstappunt. We gingen van metrolijn 3 blauw naar metrolijn 2 rood. Metrolijn 2 rood stopte op ons plein: “Blaha Lujza tér”. Onze thuisbasis.

Aangekomen op ons plein keken we goed rond en zagen we gelijk ons hotel. Er waren een stuk of 6 ingangen van dit metrostation, natuurlijk waren we bij één van de verste omhoog gegaan, maar dat hinderde toen niet. Nog geen 3m van de ingang van het hotel zat een ingang van de metro, dus dat was makkelijk.
Toen we aanbelden, kregen we een verward meisje aan de foon. De deur ging van het slot en we gingen naar binnen. We verbaasden ons dat er achter zo’n ghettodeur en zwervers een prachtig oud pand stond. Mooi plafond en mooi binnenplaatsje. Na alles even bewonderd te hebben, wilden we naar boven. Makkelijker gezegd dan gedaan. De lift was 1×2 en we konden er óf net samen in, of één persoon met één koffer. Ik ging er als eerst in staan, maar we wisten niet dat de kleine klapdeurtjes dicht moesten samen met de grote deur. Ja, het is een lift met een gebruikershandleiding

Vijf volle minuten later liepen we puffend de trap op met onze bagage in de hand. Het was een wenteltrap, we moesten er een stuk of 10 op. Eenmaal binnen was er een smal gangetje dat ons leidde tot de ‘receptie’. Een kamertje met drie laptops, waar MSN geluiden uit kwamen, een rommelige kast met allerlei papieren en wat printers. Een slecht uitziend meisje zat te kuchen en te roken. Ze keek vaag en sprak geen Engels. Ze belde een beetje met de ‘receptionist’ die ons wel kon helpen, en of we even op de gang konden wachten.

Blaha Lujza Tér.

Tien minuten later kwam er een jongen in skate broek van een jaar of 22 binnen en verwelkomde ons. Is híj de eigenaar? Zullen ze gemiddeld hier in Hongarije wel een heel hoog opleidingniveau hebben. Het kwam erop neer dat onze kamer, die wij ruim negen maanden eerder, geboekt hadden hergeboekt was. Dus de kamer, samen met het hele hotel, was vol. Wij voet bij stuk gehouden uiteraard, zodoende kregen we een kamer in het hostel ook in dat pand. Dat hield in dat wij de enige kamer kregen in het hostel met eigen badkamer. Ook konden wij gebruik maken van de keuken en eventueel de gezamenlijke badkamer. Natuurlijk deden we dit niet, behalve de koelkast.  

’s Avonds rondje gaan lopen in het gebied rond het hotel. De serieuze ghetto, om rillingen van te krijgen. Een lokaal supermarktje fles water gekocht, waar we een nieuw woord hebben geleerd: Szia als afscheid, en een muffin gegeten bij de McDonald’s Mc Café die bij ons op de hoek zat. De prijzen waren zo laag dat je het niet kon laten liggen.
Happy Meal 790 Fl. (€2,95)  

Later de metro gepakt en terug te gaan naar het centrale plein. Bij de research overal gelezen dat je daar moet zijn ’s avonds, dus wij gingen er ook heen. Natuurlijk flikten we het weer om precies de verkeerde kant op te lopen, om bij de volgende metrohalte uit te komen. Wij weer terug en we zagen het plein.
Er was een festival aan de gang met muziek en eettentjes. Dit koste omgerekend vijf euro. Niets dus, maar je kon er ook van genieten op het gras ernaast, dus dat deden we. Daarna naar een ander plein ernaast geweest met water. Dit plein was boven een club. Druk dat het was! Allerlei jongen met waterpijpen. We wisten niet wat we zagen maar serieus 90% (!) liep met flessen drank. En dan niet de 5% bier die wij hier hebben. Nee 30% wodka! Dit moesten wij ook hebben! Helaas waren de supermarkten al dicht. Stom stom stom. Maar hoe konden wij dit nou weten? Niet dus. Bij de club eronder een shotje wodka gekocht. Het was ontzettend lekker, vergelijkbaar met de Griekse Ouzo.
De avond daar doorgebracht en een uur of half 1 weer terug te gaan om ons op te laden voor de volgende dag.  

Dat dachten we, want er was een vlieg. Ik kan je vertellen dat de plafonds er hoog waren, dus we moesten topsport verlenen om de vlieg dood te slaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s