Praatgroep voor kriebeltrui-trauma’s

Marianne van der Hoeve heeft een praktijk die zich richt op de zoekende mens. Mensen die niet meer weten wie ze zijn, hoe ze moeten leven en met vraagtekens zitten. Marianne weet als geen ander dat de huidige maatschappij ontzettend veel van mensen vraagt, en dat pillen geen oplossing zijn. Marianne weet raad, met allerlei soorten andere therapie.

Lokaal 8.11, zevende etage (neem de lift, dat is sneller)

“Dag allemaal, wat fijn dat jullie er weer zijn. Vandaag hebben we een rustig dagje, het is namelijk bijna kerst en ik heb vernomen dat dat voor velen een moeilijke tijd is. We beginnen met Elsa. Elsa, welkom! Elsa zal vanaf vandaag bij de groep horen en, ik geloof tot maart?, in ons midden zijn. Elsa, wil je iets over jezelf vertellen?”

“Ehm, ja hoor. Nou, ik ben Elsa, ik ben 43 jaar en ik woon met mijn man en drie kinderen in Vathorst.”

“Oké, mooi, heel mooi. En wil je iets meer vertellen over waarom je hier bent en wat je verwacht van de praatgroep?”

“Ehm, ja hoor. Als kind ging ik vaak naar mijn oom. Hij was niet mijn echte oom, hij was meer een goede vriend van mijn moeder. Mijn moeder nam mij vaak mee, naar hem, als mijn vader aan het werk was. Nou, ehm, ik zat dan altijd bij zijn moeder in de kamer. Ik zie het nog helemaal voor mij hoe zij daar zat, in een wiebelstoel te breien. Ze had van die kraaloogjes en vroeg mij om mijn jas en t-shirt uit te doen. Dan gaf zij mij een trui die ze zelf had gemaakt. Iedere keer weer een andere. Ehm, ja, mijn haar werd er altijd helemaal statisch van en ik mocht er geen t-shirt of hemd onder aan. Het was verschrikkelijk…”

“Rustig maar, Elsa. Ik zie dat het je heel veel doet. Wie herkent zich nu in Elsa? Hmmm, veel van jullie hè. En komt dat door het feit dat zij gedwongen wordt die trui aan te doen zonder iets er onder, of meer het aandoen van die trui om iemand niet te teleurstellen? Want dit hebben wij allemaal wel eens eerder gehoord hè? Dat jullie allemaal moeite hebben om mensen teleur te stellen. Dat is ook iets heel moeilijks, maar niet onoverkomelijk. Mensen worden teleurgesteld in het leven. Jullie worden teleurgesteld. Ik word teleurgesteld. Dat is helemaal niet erg. Dus is het dan ook niet erg om andere mensen teleur te stellen? Ik denk van niet. Je moet zelf iets vinden om er mee om te gaan. Zoals Lenny een paar weken geleden vertelde, hè Lenny?, hij zette haar vervelende herinneringen om in iets moois en is een online winkel begonnen voor zelfgebreide kabeltruien. Ikzelf, bijvoorbeeld, haal heel veel kracht uit jullie verhalen en onwetendheid. Maar goed, we gaan het niet over mij hebben. Elsa, wil je alsjeblieft wat meer vertellen?”

“Ja, nou, iedere keer begon ik er weer meer tegenop te zien. Ik droomde over kriebelende dingen en ik kon op een gegeven moment alleen nog maar biologisch katoen dragen. Zelfs dat zat mij niet lekker. Eigenlijk zat mijn eigen vel niet lekker, heb ik toen geleerd uit een eerdere therapie. Ik kreeg warme chocolade melk met slagroom en zat bij de open haard. Soms mocht ik ook in de kriebelstoel, wiebelstoel. Eigenlijk heb ik nooit bedacht hoe snel die vrouw breidde, iedere week wel een nieuwe trui. Of ik moest ze door elkaar hebben gehaald. Soms ook meerdere keer per week, als mijn vader op werkvakantie was. Dan kwamen we er wel vaker. Die vrouw was wel altijd lief voor mij, ze maakte ook sokken maar die mocht ik nooit passen en-”

“ONZIN ONZIN ONZIN!”

“Hans, wat is er aan de hand? Waarom onderbreek jij Elsa zomaar? Zie je niet dat je Elsa laat schrikken? Nee, Elsa, ik laat het niet. Hans. Wat is er aan de hand?”

“Het is onzin dat zij geen sokken mag passen, ze heeft nu ook sokken aan.”

“Ok, Elsa, ga maar door met je verhaal.”

“Nee, ik wil niet meer verder praten.”

“Hans, zie je nou dat je Elsa helemaal van streek maakt?”

“Ze liegt. En er wordt hier niet gelogen. Niemand mag liegen!”

“Jongens, rustig nou. Even stil. Ik wil nu een minuut stilte, ja, dat wil ik. Iedereen zitten. Ogen dicht, HANS, ogen dicht. Ja, goed zo. Ok nou ik tel tot zestig.”

1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.13.14.15.16.17.18.19.20.21.22.23.24.25.26.27.28.29.40.41.42.43.44.45.46.47.48.49.zestig.

“Oké, dat was het voor vandaag. Nou, het is wat heftiger uitgevallen dan ik mij had voorgenomen, maar dat is niet anders en moeten we maar accepteren. Net zoals het leven. Volgende week zie ik jullie niet, die week erop zijn we er hopelijk allemaal weer. Toedeloe, en onthoud! Iedere dag kun je aantrekken wat je wil. Dag Elsa.”

Kunnen katten geesten zien?

Ik ben gek op katten. Vooral op mijn eigen. Vooral op Hans. Maar Hans loenst een beetje en ik vind loensen een beetje moeilijk. Hans kijkt naar wat ik doe, volgt mij met zijn ogen en kijkt vaak naar z’n zus.

En ook vaak in mijn ogen, maar soms heb ik het idee dat hij helemaal niet kijkt, omdat hij scheel is. Niet erg, maar een beetje erg. Het maakt hem wel weer aandoenlijk.

Laatst was het weer zo ver. Ik zat een boek te lezen en Hans lag te slapen op de stoel. Zoals een moeder naar haar kind kijkt, keek ik naar Hans. Hij lag lekker te slapen. Opeens keek hij op, met zijn ogen nog dicht, dus letterlijk ‘keek’ hij niet op, want je ziet niets met je ogen dicht, maar hij deed zijn hoofd omhoog. Duffig. Daarna keek hij mij aan, wel met zijn ogen open. Heel schattig, er was contact.

En toen opeens draaide hij verschrikt zijn hoofd op, Hans heeft best een angstige persoonlijkheid. Minuten lang keek hij geschrokken naar de muur. Ik las mijn boek.

Hij doet dat vaker. Naar dingen kijken, naar de muur, naar de stoel, naar de deur, naar een kaars, naar mijn bord met pasta (en heerlijke zalm). WAT IS ER TOCH TE ZIEN. Ik word er soms zo gefrustreerd van. Zien zij dingen? Ziet Hans iets wat er niet is?

Kunnen katten geesten zien?

Is dat het? Heb ik hier in mijn huis een geest rond… dwalen (zweven?) en merk ik dat niet, omdat ik ook geen hele hoge tonen hoor, ik de straling van de geest niet kan ontvangen? En mijn katten wel?

Ik heb het Hans gevraagd, maar hij wil er niet over praten. Dat maakt mijn onderzoek wat trager en lastiger. Het gaat mij er niet om of er geesten zijn ja of nee, kan HANS ze zien? En zo ja, moet ik daar iets mee? Is het zielig voor hem? Hij zegt er niets over en eet zijn brokjes, dus het zal wel goed zijn.

Wat ik wel vervelend vind, is dat als Hans ineens naar de muur holt, kijkt of staart, en ik niet rustig mijn boek meer kan lezen, omdat het mij zo bezighoudt met wat daar nu is. Ik zie he-le-maal niets! Geen schaduw zelfs, de kaarsen gaan niet flikkeren en ik voel ook geen wind.

Ik geloof niet in geesten. Maar misschien Hans wel. Het kan ook met zijn loensheid te maken hebben, of een hint naar schizofrenie.

Spreekwoord van 2016

Mensen zijn geen aardappels.

Vertaald: “De mens wil ook wel eens een verzetje.” Dat stond op internet. In mijn spreekwoordenboek stond: ” De mens wil niet alleen werken.” En ergens anders stond weer iets anders. Maar goed, aardappels. Waarom aardappels in deze context van de betekenissen hierboven? Aardappels groeien in de grond, zien geen zonlicht. TOTDAT de boer (of weet ik veel wie dat nu doet) de aardappel uit de zanderige korrels haalt en aan hem het licht houdt. Wat een felheid! Het is de zon! Maar de aardappel kan er niet van genieten, nee want het gaat door een machine van wassen, schillen, koken en maag. Tot feces. Lekker dan. Het leven van een aardappel gaat niet over rozen. En wij mensen.. wij zijn geen aardappel. Als wij het licht zien, blijven we in het licht. Tenminste, als je de boer een klap voor z’n hasses geeft. Je moet er wel wat voor doen om in het licht te blijven en dan maar hopen dat de zon blijft schijnen.

NEE, MENSEN ZIJN GEEN AARDAPPELS DAT JE HET EVEN WEET. Potverdorie!

Therapie met tosti’s

Marianne van der Hoeve heeft een praktijk die zich richt op de zoekende mens. Mensen die niet meer weten wie ze zijn, hoe ze moeten leven en met vraagtekens zitten. Marianne weet als geen ander dat de huidige maatschappij ontzettend veel van mensen vraagt, en dat pillen geen oplossing zijn. Marianne weet raad, met allerlei soorten andere therapie.

Lokaal 5.11, derde etage (goed duwen, deur klemt!)

“Goedemorgen allen, dag Hans wat fijn dat jij er ook weer bent. Heeft iedereen zijn mandje mee? Vandaag gaan we het over de goede ingrediënten hebben hoe je de beste tosti maakt. Daarbij luisteren we goed naar onze smaak en proberen we ook in contact te komen met de tong. Wat zeg je, Kim? Kaas beschimmeld? Wanneer heb je die gekocht dan, je kunt kaas ook niet weken bewaren. Toen we begonnen met deze therapie? Kaas kan echt niet drie maanden in de koelkast liggen, Kim, niet zo gek doen. We beginnen met de basale vraag: Wat heb ik nodig voor een to-, Ja, Lenny, ik weet dat we al een tijd bezig zijn met tosti’s en ik weet ook dat iedereen ondertussen weet wat er op een tosti gaat, maar dat doet er niet toe. Lenny, kun je vertellen waarom je nou zo reageert? Ik zie namelijk dat het je echt iets doet. Vind je het moeilijk om dingen voor een meerdere keer te horen of te moeten onderzoeken? Dat heb je ook in je leven. In je leven komen meerdere dingen steeds voorbij. Neem vrienden, die komen en die gaan, en iedere keer kun je denken: dit heb ik al gehad, ik vind dit niet interessant, maar je kunt het ook zien als een nieuw leerproces en een test om met de ervaringen van de vorige keer, opnieuw naar hetzelfde fenomeen te kijken. Klinkt dat goed, Lenny? Hans, niet de randjes van de kaas opeten!

Oké, iedereen ogen dicht nu. Neem de boterham in je hand en voel hoe deze voelt. Is het zwaar? Hoe voelt de structuur, Nicolette ogen dicht, ga even in de boterham. Praat met de boterham, wat zegt hij of zij tegen jou? Is het een vrouw of een man? Vindt ze het fijn om hier te zijn? Ziet hij op tegen het hete tosti-ijzer? Vraag het. Hier nemen we even een minuutje voor.

Oké, we doen nu de andere boterham. Neem het in je hand. Voelt deze anders dan de vorige? Heeft deze meer gewicht, en zo ja, wat betekent dat? Misschien heeft deze boterham meer meegemaakt. Net zoals jullie. Sommigen van jullie komen net kijken als een jong blaadje, en de anderen hebben al veel ervaringen opgedaan. En wat deed dat met jullie? Heeft dat jullie gevormd? Is het daarom dat jullie nu hier zijn, waar je hulp voor wilt? Voel het aan, vertel het aan de boterham. Pak desnoods een potlood en schrijf het op. Voel je vrij, schrijf alles op wat in je opkomt. Maar onthoud, wat je opschrijft, vertel je ook aan de boterham.

Goed allemaal. Heel goed gewerkt! Hans, goed geconcentreerd. Ik wil even een pauze. Dit was heel zwaar, ja Kim ik snap het, goed gedaan. Ga allemaal even een frisse neus halen, eet iets. Ik zie jullie zo terug.

Welkom, fijn dat iedereen er nog steeds is. Ik zag net op de klok dat we nogal lang stil hebben gestaan bij de boterham en ik heb hierna nog een afspraak bij de pedi- enfin, we gaan snel door.

Kaas. Kaas is een essentieel onderdeel van de tosti. Ja, Kim, alles is belangrijk, maar kaas is toch wel net iets belangrijker. Kaas moet goed gesmolten zijn, maar niet te veel zodat het hele tosti-apparaat onder zit. Het gaat om balans. En dat is een mooi begrip om deze week over na te denken. Wat doet balans met jou in je leven, heb je balans? In hoeverre zoek je balans? We stoppen zometeen de broodjes in het apparaat, en dan wil ik dat iedereen om de minuut even kijkt naar de tosti en goed de kaas bekijkt. Er gebeurt namelijk iets met de kaas. Het gaat zweten. Kan iemand mij vertellen wat ik hier mee wil aankaarten? Nicolette, nee, bewegen is belangrijk, maar daar hebben we het nu niet over. Lenny? Nee, ook geen persoonlijke hygiëne. Nee, ik wil het hebben over dat we de kaas dwingen in de hitte, en we de kaas uit zijn comfortzone halen. De kaas komt in een nieuwe omgeving met andere factoren en vindt dit spannend en misschien wel ongemakkelijk. Denk daar maar eens over na. Hoe gebeurt dit in jouw leven? Gebeurt het eigenlijk wel in jouw leven en waarom wel of waarom niet? Wat doet uit-je-comfortzone-gaan voor jou als mens?”

“Wil iedereen weer gaan zitten en zijn of haar tosti voor zich leggen. We sluiten af met de ogen dicht te doen en een minuut stilte, Kim. Geen zorgen dat komt zo, maar eerst doe ik een ronde tosti-lezen.

Oké, dan mag iedereen afstand nemen van zijn tosti en kom ik even kijken. Lenny, als eerst de jouwe. Kun jij iets vertellen over jouw tosti? Hm-hm. Hm-hm. Ah, wat goed ja. Dus je voelde dat de pesto door de boterham wilde dringen? En heb jij dat ook met jouw vader? Is dat de reden waarom je vader nu in het ziekenhuis ligt? Hm-hm. Ja precies, heel mooi gesproken. Bedankt voor je openheid.

Oh, jeetje, ik zie nu ineens dat het al tijd is. Dan wil ik jullie vragen of iedereen zijn of haar tosti meeneemt naar huis en daaruit een vorm snijdt. Gewoon, uit de vrije pols.

Toedeloe, en onthoud! De tosti is meer in je leven dan je denkt. Dag Hans.”

Eerste herinnering

Zondag. Elke week opnieuw. Het was maar afwachten of er nog meer familie zou komen opdagen.

Oma had al koffie gezet en een glaasje appelsap voor mij ingeschonken.

Ik had het al gezien. Ze stonden op het bureau te glimmen. Ze keken mij aan met hun priemende oogjes. Drie stuks. Twee grote en een kleinere.

Iedereen zei gedag tegen elkaar. We waren niet de eersten. Mijn tante, oom, neef en nicht zaten al op de bank met een half leeg kopje koffie.

Ik nam plaats in een rieten stoel die altijd heerlijk kraakte als ik erin ging zitten. Stiekem bewoog ik met mijn billen zodat het gekraak niet zou stoppen als ik eenmaal zat. Met mijn nagels ging ik over de leuning.

Ik hield ze goed in de gaten, de glimmende drie op het bureau. Ik zag dat mijn neef ze ook al had gezien. Hij keek van het bureau naar mij, en van mij weer naar het bureau. We maakten oogcontact en lachten naar elkaar.

Alleen de tafel stond tussen ons in. Een lichte tafel van hout, hij was bijna geel. De tafel kwam tot mijn schenen, dus ik kon makkelijk er over heen om hem van mijn neef te pakken. Hij had mijn chocolade paashaas gepakt en had er nu twee. Het was niet eerlijk, hij was van mij!

Ik kon wel huilen, janken, schreeuwen, stampen en om mij heen slaan. Mijn neef had mijn haas. Hij was van mij. Het voelde alsof niemand in de ruimte aanwezig was, behalve mijn neef van twee koppen groter dan ik, en de chocolade paashaas natuurlijk, die stond in het middelpunt van de aanwezigheid.

Mijn neef lachte spottend. Ik wist dat het een grap van hem was, maar ik vond het op geen enkele manier leuk. De tranen stroomden langs mijn wangen en ik kon niet begrijpen waarom hij zo gemeen was. „Remco!”, klonk er ineens vanuit het duister.

Onder de eettafel zat ik met mijn knieën opgetrokken. Ik hield de benen, die langs de tafel kwamen, goed in de gaten. Eindelijk was ik herenigd met Haas, niemand pakte hem nog van mij af.

I am DYING

„Hebben jullie ook magere melk?”
„Nee, alleen volle melk en soja.”
„Halfvolle?”
„Nee, alleen volle en soja.”
De Amerikaanse vrouw vond het blijkbaar niet kunnen, want met een boze blik weigerde ze een cappuccino met volle melk te drinken.
„In een americano zit enkel espresso en heet water, dus wellicht kunt u…”
„Nee, doe dan maar een cappuccino. Welke maten hebben jullie?”
Haar zoon stond naast haar. Het was duidelijk dat hij het gewend was, maar het leek niet alsof hij zich schaamde voor zijn moeder.
„Klein”, Lenne hield de meeneembeker omhoog, „En groot.”
„Doe maar een kleine en een middelmaat. Maar ik wil hem graag wat sterker. Ik drink mijn koffie sterk.”
„Ik kan er een extra shot espresso in doen?”
„Ja, doe dat maar.”
„We hebben alleen klein”, Lenne hier de meeneembeker omhoog, „En groot.”
„Oh, nou doe dan maar twee kleine. En dan een extra sterk.”
Ze liep naar de wc en de zoon rekende af. Lenne wilde duizend dingen aan de jongen vragen, maar ze kreeg geen woord uit haar mond.

„Wilt u nog suiker?”
„Ja ja.” Drinken Amerikanen suiker in hun koffie? Ze willen in ieder geval geen volle melk. Misschien is het idee van vet in je melk beangstigend en geeft het een fijn gevoel om melk met weinig vet te drinken, maar vinden ze suiker geen probleem.
De Amerikaanse vrouw gooide twee zakjes suiker in de kleine cappuccino met een extra shot en begon te roeren en hield de kleur goed in de gaten. Ze gooide de zakjes van zich af en nam een slok. Als een dramatische godin trok ze een gezicht alsof ze flauw ging vallen.
„Nee, nee het is echt veel te sterk. Oh, ik ga dood!”
Lenne moest twee lange seconde nadenken over wat ze net zag en hoorde. „Je gaat dood?” Vluchtig keek ze naar de zoon. Maar hij keek normaal, alsof zijn moeder niets opmerkelijks zei.
„Ja, ja oh, ik ga dood. Haal er asjeblieft wat uit en doe er wat melk bij. Oh, mijn koffie moet perfect zijn. Ik drink mijn koffie alleen perfect.”
Lenne keek met een schuin oog naar Gerben die van een afstandje het hele tafereel bekeek. Snel keek Lenne weer weg en richtte zich geconcentreerd op de meeneembeker. Ze moest zichzelf in bedwang houden om of niet in lachen uit te barsten of een golf van walging over de vrouw verbaal heen te spugen.
„Een klein beetje eruit hoor.” Lenne had nog niet eens een druppel in de gootsteen laten vallen of de vrouw begon al te sputteren. „Ja, ja dat is genoeg!”
„Zo, en dan doe ik er nu een beetje volle melk bij.” Lenne vond het jammer dat de vrouw haar opmerking niet hoorde.
De Amerikaanse vrouw roerde weer en nam een slok.
„Hm ok.”
En ze liep weg en liet Lenne achter met een bar vol lege suikerzakjes en drie vieze roerstaafjes.
„Typisch”, mompelde Gerben.

Even later kwam haar zoon weer binnen. „Heb je nog twee deksels voor mij?”
Lenne knikte en gaf ze aan hem. Hij bedankte niet en liep naar buiten.
„En mijn stereotypische gedachten over Amerikanen worden maar weer eens bevestigd.”