Veganisme bij katten

Zijn er katten die veganist of vegetariër zijn?

Nee, natuurlijk niet. Katten willen gewoon eten en denken niet na over waar het vandaan komt en of er ethische verantwoordelijkheden voor zijn.

Fout!

Neem Hans, hij eet geen vlees. En ik weet niet of het een bewuste keuze is van hem, eigenlijk weet ik helemaal niet wat er in hem om gaat.

Hij geeft de voorkeur aan groene planten, waar hij op sabbelt en op kauwt. Nee, vlees doet hem niet zoveel. Een hapje van een peer, nipje van wat bloemkool, daar moet hij het van hebben.

Rosbief, eieren, kip, alles wat ik over heb of ze gewoon eens wil verwennen, daar haalt hij zijn neus voor op. Liever een glaasje water en wat zonnebloempitten.

Misschien hint hij zelfs wel naar het veganisme.

Ik zal maar niet tegen hem zeggen dat er in de brokjes vis zit verwerkt en geen groenten en granen. De brokjes eet hij wel. Misschien is hij wel flexinist.

En het is niet logisch, door wat ik eerder al zei, maar toch. Ik maak hem iedere dag mee, en hij weigert vlees. Als ik een heerlijk stukje rauwe biefstuk in mijn vingers houd, waar het bloed vanaf druipt, wil hij het niet. Nee, hij ruikt even en draait zich om. Poging om het toch lekker te maken voor hem, misschien is hij gewoon kieskeurig, dus bak ik het, eerst rare, dan medium en ook nog well-done. Niets, hij moet er niets van hebben!

Dan settel ik mij op de bank met mijn bordje couscous, teniet geslagen door de ingewikkelde gedachtegang van mijn kat. En daar is Hans. Kijkend naar mijn bordje.

Begroeting

Buschauffeurs begroeten elkaar als ze elkaar voorbij rijden. De hele dag door. Ook al komen ze elkaar zes keer tegen, ook al rijden er zes bussen achter elkaar.

Ik vind dat mooi.

Net zoals motorrijders elkaar gedag zeggen (niet letterlijk) als een motorrijder een andere motorrijder ziet. Geen brommers, die tellen niet.

Of hardlopers, even een high five of een lach, een samenhorigheid. Joe joe!

Ik vind dat mooi.

Als ik aan het wandelen ben, met m’n wandelschoenen, rode sokken en tas met stokken en tent -weet ik veel- en ik kom iemand tegen die net zo bezweet en baalt van die tas, dan is dat even samenhorigheid. Even een hallo, misschien zelfs een praatje. Een korte ervaring van bij welke plek je echt niet je tent op moet zetten en waar je een heerlijk bakkie kan drinken uit de wind.

Geweldig.

Als je op straat loopt, neem een winkelstraat, en je zegt hallo tegen iemand, of je lacht, denken mensen dat je iets van hen moet. Dat je gek bent geworden.

Maar de kleine groepen die iets delen, daar is het geaccepteerd. Daar is het leuk. Daar is het mooi. En dat vind ik mooi.

Fietsers begroeten elkaar ook, maar PAS OP, want van het begroeten van dagjes mensen met Human Nature unisex windjassen kun je van een koude kermis thuis komen. (Ik denk dat kermismensen elkaar ook wel begroeten, of is daar rivaliteit?)

Leuk hè.

Zwanen

Zwanen blijven hun hele leven bij elkaar, heb ik gehoord.

Zouden zij of nooit ruzie hebben, of een goede manier gevonden hebben om irritaties te bespreken en of te voorkomen? Of zijn zwanen de winnaars in accepteren zoals het is?

“Schat, ga even zitten, ik moet met je praten.”
“Natuurlijk lieverd, wat is er aan de hand?”
“Ik merk dat ik het vervelend vind om hier in deze poel te blijven.”
“Ok, ja en wat stel jij voor?”
“Ik wil graag een stukje vliegen naar een ander watertje.”
“Ok, goed dat je dat uitspreekt.”
“Ja. Ik weet ook dat jij het hier naar je zin hebt.”
“Klopt, ik zou graag wat langer hier blijven.”
“Zullen we dan afspreken om nog vijf dagen hier te blijven en dan te vertrekken?”
“Dat vind ik een mooie compromis.”
“Ok mooi. Fijn dat we dit besproken hebben.”
“Ja, heel fijn. Kus.”
“Kus.”

Praatgroep voor kriebeltrui-trauma’s

Marianne van der Hoeve heeft een praktijk die zich richt op de zoekende mens. Mensen die niet meer weten wie ze zijn, hoe ze moeten leven en met vraagtekens zitten. Marianne weet als geen ander dat de huidige maatschappij ontzettend veel van mensen vraagt, en dat pillen geen oplossing zijn. Marianne weet raad, met allerlei soorten andere therapie.

Lokaal 8.11, zevende etage (neem de lift, dat is sneller)

“Dag allemaal, wat fijn dat jullie er weer zijn. Vandaag hebben we een rustig dagje, het is namelijk bijna kerst en ik heb vernomen dat dat voor velen een moeilijke tijd is. We beginnen met Elsa. Elsa, welkom! Elsa zal vanaf vandaag bij de groep horen en, ik geloof tot maart?, in ons midden zijn. Elsa, wil je iets over jezelf vertellen?”

“Ehm, ja hoor. Nou, ik ben Elsa, ik ben 43 jaar en ik woon met mijn man en drie kinderen in Vathorst.”

“Oké, mooi, heel mooi. En wil je iets meer vertellen over waarom je hier bent en wat je verwacht van de praatgroep?”

“Ehm, ja hoor. Als kind ging ik vaak naar mijn oom. Hij was niet mijn echte oom, hij was meer een goede vriend van mijn moeder. Mijn moeder nam mij vaak mee, naar hem, als mijn vader aan het werk was. Nou, ehm, ik zat dan altijd bij zijn moeder in de kamer. Ik zie het nog helemaal voor mij hoe zij daar zat, in een wiebelstoel te breien. Ze had van die kraaloogjes en vroeg mij om mijn jas en t-shirt uit te doen. Dan gaf zij mij een trui die ze zelf had gemaakt. Iedere keer weer een andere. Ehm, ja, mijn haar werd er altijd helemaal statisch van en ik mocht er geen t-shirt of hemd onder aan. Het was verschrikkelijk…”

“Rustig maar, Elsa. Ik zie dat het je heel veel doet. Wie herkent zich nu in Elsa? Hmmm, veel van jullie hè. En komt dat door het feit dat zij gedwongen wordt die trui aan te doen zonder iets er onder, of meer het aandoen van die trui om iemand niet te teleurstellen? Want dit hebben wij allemaal wel eens eerder gehoord hè? Dat jullie allemaal moeite hebben om mensen teleur te stellen. Dat is ook iets heel moeilijks, maar niet onoverkomelijk. Mensen worden teleurgesteld in het leven. Jullie worden teleurgesteld. Ik word teleurgesteld. Dat is helemaal niet erg. Dus is het dan ook niet erg om andere mensen teleur te stellen? Ik denk van niet. Je moet zelf iets vinden om er mee om te gaan. Zoals Lenny een paar weken geleden vertelde, hè Lenny?, zij zette haar vervelende herinneringen om in iets moois en is een online winkel begonnen voor zelfgebreide kabeltruien. Ikzelf, bijvoorbeeld, haal heel veel kracht uit jullie verhalen en onwetendheid. Maar goed, we gaan het niet over mij hebben. Elsa, wil je alsjeblieft wat meer vertellen?”

“Ja, nou, iedere keer begon ik er weer meer tegenop te zien. Ik droomde over kriebelende dingen en ik kon op een gegeven moment alleen nog maar biologisch katoen dragen. Zelfs dat zat mij niet lekker. Eigenlijk zat mijn eigen vel niet lekker, heb ik toen geleerd uit een eerdere therapie. Ik kreeg warme chocolade melk met slagroom en zat bij de open haard. Soms mocht ik ook in de kriebelstoel, wiebelstoel. Eigenlijk heb ik nooit bedacht hoe snel die vrouw breidde, iedere week wel een nieuwe trui. Of ik moest ze door elkaar hebben gehaald. Soms ook meerdere keer per week, als mijn vader op werkvakantie was. Dan kwamen we er wel vaker. Die vrouw was wel altijd lief voor mij, ze maakte ook sokken maar die mocht ik nooit passen en-”

“ONZIN ONZIN ONZIN!”

“Hans, wat is er aan de hand? Waarom onderbreek jij Elsa zomaar? Zie je niet dat je Elsa laat schrikken? Nee, Elsa, ik laat het niet. Hans. Wat is er aan de hand?”

“Het is onzin dat zij geen sokken mag passen, ze heeft nu ook sokken aan.”

“Ok, Elsa, ga maar door met je verhaal.”

“Nee, ik wil niet meer verder praten.”

“Hans, zie je nou dat je Elsa helemaal van streek maakt?”

“Ze liegt. En er wordt hier niet gelogen. Niemand mag liegen!”

“Jongens, rustig nou. Even stil. Ik wil nu een minuut stilte, ja, dat wil ik. Iedereen zitten. Ogen dicht, HANS, ogen dicht. Ja, goed zo. Ok nou ik tel tot zestig.”

1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.13.14.15.16.17.18.19.20.21.22.23.24.25.26.27.28.29.40.41.42.43.44.45.46.47.48.49.zestig.

“Oké, dat was het voor vandaag. Nou, het is wat heftiger uitgevallen dan ik mij had voorgenomen, maar dat is niet anders en moeten we maar accepteren. Net zoals het leven. Volgende week zie ik jullie niet, die week erop zijn we er hopelijk allemaal weer. Toedeloe, en onthoud! Iedere dag kun je aantrekken wat je wil. Dag Elsa.”

Kunnen katten geesten zien?

Ik ben gek op katten. Vooral op mijn eigen. Vooral op Hans. Maar Hans loenst een beetje en ik vind loensen een beetje moeilijk. Hans kijkt naar wat ik doe, volgt mij met zijn ogen en kijkt vaak naar z’n zus.

En ook vaak in mijn ogen, maar soms heb ik het idee dat hij helemaal niet kijkt, omdat hij scheel is. Niet erg, maar een beetje erg. Het maakt hem wel weer aandoenlijk.

Laatst was het weer zo ver. Ik zat een boek te lezen en Hans lag te slapen op de stoel. Zoals een moeder naar haar kind kijkt, keek ik naar Hans. Hij lag lekker te slapen. Opeens keek hij op, met zijn ogen nog dicht, dus letterlijk ‘keek’ hij niet op, want je ziet niets met je ogen dicht, maar hij deed zijn hoofd omhoog. Duffig. Daarna keek hij mij aan, wel met zijn ogen open. Heel schattig, er was contact.

En toen opeens draaide hij verschrikt zijn hoofd op, Hans heeft best een angstige persoonlijkheid. Minuten lang keek hij geschrokken naar de muur. Ik las mijn boek.

Hij doet dat vaker. Naar dingen kijken, naar de muur, naar de stoel, naar de deur, naar een kaars, naar mijn bord met pasta (en heerlijke zalm). WAT IS ER TOCH TE ZIEN. Ik word er soms zo gefrustreerd van. Zien zij dingen? Ziet Hans iets wat er niet is?

Kunnen katten geesten zien?

Is dat het? Heb ik hier in mijn huis een geest rond… dwalen (zweven?) en merk ik dat niet, omdat ik ook geen hele hoge tonen hoor, ik de straling van de geest niet kan ontvangen? En mijn katten wel?

Ik heb het Hans gevraagd, maar hij wil er niet over praten. Dat maakt mijn onderzoek wat trager en lastiger. Het gaat mij er niet om of er geesten zijn ja of nee, kan HANS ze zien? En zo ja, moet ik daar iets mee? Is het zielig voor hem? Hij zegt er niets over en eet zijn brokjes, dus het zal wel goed zijn.

Wat ik wel vervelend vind, is dat als Hans ineens naar de muur holt, kijkt of staart, en ik niet rustig mijn boek meer kan lezen, omdat het mij zo bezighoudt met wat daar nu is. Ik zie he-le-maal niets! Geen schaduw zelfs, de kaarsen gaan niet flikkeren en ik voel ook geen wind.

Ik geloof niet in geesten. Maar misschien Hans wel. Het kan ook met zijn loensheid te maken hebben, of een hint naar schizofrenie.

Spreekwoord van 2016

Mensen zijn geen aardappels.

Vertaald: “De mens wil ook wel eens een verzetje.” Dat stond op internet. In mijn spreekwoordenboek stond: ” De mens wil niet alleen werken.” En ergens anders stond weer iets anders. Maar goed, aardappels. Waarom aardappels in deze context van de betekenissen hierboven? Aardappels groeien in de grond, zien geen zonlicht. TOTDAT de boer (of weet ik veel wie dat nu doet) de aardappel uit de zanderige korrels haalt en aan hem het licht houdt. Wat een felheid! Het is de zon! Maar de aardappel kan er niet van genieten, nee want het gaat door een machine van wassen, schillen, koken en maag. Tot feces. Lekker dan. Het leven van een aardappel gaat niet over rozen. En wij mensen.. wij zijn geen aardappel. Als wij het licht zien, blijven we in het licht. Tenminste, als je de boer een klap voor z’n hasses geeft. Je moet er wel wat voor doen om in het licht te blijven en dan maar hopen dat de zon blijft schijnen.

NEE, MENSEN ZIJN GEEN AARDAPPELS DAT JE HET EVEN WEET. Potverdorie!