23 oktober 2013

De stellen in het filmhuis

Zij zat op de hoek van de bank. Hij niet. Hij zat gewoon op een stoel en nam wat afstand. Duidelijk ongemakkelijk hield hij zijn armen op zijn schoot, niet wetend wat hij moest doen.

Het was een aandoenlijk aanzicht. Het was een twijfel of ze al meerdere dates hadden gehad of het hun eerste was. Was het een blinddate? Nee, nee dat was het niet. Hij stond op en hij bleek minder ter been te zijn. Zij keek hem niet na, ze was het gewend.

Maar waarom was het dan zo ongemakkelijk? Was hij autistisch en bracht hij zijn hele leven achter de computer door? Misschien had hij nog nooit een vrouw in het echt gezien, alles was mogelijk.

Goed, ze kenden elkaar al langer. Ze werkten samen en waren door collega’s gekoppeld. “Jij moet echt uit met Jan van de derde, weet je wel, met die bril?”

Hij had z’n best gedaan en zeker een paar minuten nagedacht over de kleding die hij aan moest op hun date. Hij had al de hele dag een wit shirt aan, een basic shirt, daar was niets mis mee. Maar nu bleek hij al jaren de verkeerde deodorant gebruikt te hebben en er zaten allemaal gele plekken onder zijn oksel. Een pullover dan maar. Met een lage V-hals. Ik vond dat hij het witte shirt er onderuit moest halen, maar een V-hals bij dat type man was ook niet precies wat we zochten.

Ik probeerde onopvallend mijn ogen op het ongemakkelijke koppel te richten, totdat het stel erachter mij indringend aankeek. Het ANWB-koppel.

Ze droegen identieke wandelschoenen en dronken dezelfde thee. De film had een goede recensie gekregen in De Kampioen. Zonder enige vorm van intimiteit wachtten ze totdat de film begon. Vertrouwd als ze waren zaten ze netjes naast elkaar met hun thee -zij waarschijnlijk met een lepeltje honing erin-.

Er waren verschillende gradaties. Het ongemakkelijke/verse koppel, het dertig-jaar-bij-elkaar-zijnde ANWB-koppel en het spelletjes spelende stel. Zij waren een paar jaar bij elkaar en vonden het nog spannend om een dagje naar de film te gaan, maar namen wel de tijd voor een potje mens-erger-je-niet. Hoort ook bij het leven.

Ho, het ongemakkelijke koppel stond op en deden hun jas aan. Buiten raakte hij haar bovenarm een paar keer aan voor een eerste stap tot een kus, zij deed koel en nam afscheid met drie zoenen. Ze gingen allebei hun eigen weg. Zij pakte nog haar fiets.

Waar een filmhuis allemaal niet goed voor is.

18 september 2013

Hendrik het Hert

Deense Hendrik wist wat geluk was. Hij was jong en barstte van de energie. Het was een goed seizoen en er waren genoeg bessen en bladeren om van te eten. Zijn voedsel kreeg genoeg voedingsstoffen binnen, de regen kwam regelmatig met bakken uit de hemel.

Het was een herfse dag en Hendrik sprong en sprintte door het uitgestrekte landschap. Heuvel op, heuvel af. Zijn lichaam was in topvorm en soms baalde hij daar wel van. Niet altijd kon hij goed en effectief zijn energie kwijt.

Daar ligt onze Hendrik.

Daar ligt onze Hendrik.

De donkere wolken raasden over de zee en bevlekten de zon. Duistere schaduwen gingen in groepjes over de tarwesprieten. Hij bewoog mee met de wind en sprong er over en tussendoor. Hendrik was gelukkig.

Natuurlijk was hij een hert en had verder geen idee over voortplanting, hij dacht er wel eens over, maar vond het nog te vroeg. Hij was zelf nog een jong dier.

Hendrik keek rond en rook de aankomende regengeur. Een paar konijnen deden een paar meter verder waar ze voor geschapen waren.

Een golf van angst ging door zijn lichaam. Hij rook een mens en hoorde geschreeuw. Het kwam dichterbij. Hendrik had dit nog nooit meegemaakt, maar zijn instinct nam het over.

Hij rende weg. Rende tussen de weilanden, over de uitgestrekte vlakten. Hij keek niet om, maar hoorde het geluid nog steeds dichterbij komen. De vlakten waren mooi, maar gaven geen beschutting. De struiken waren de beste oplossing.

Wat bleek? De struiken vormden een hek voor de krijtrotsen. Hendrik sprong door de struiken en viel in het diepe.
Beneden brak hij z’n nek en was op slag dood.

Gelukkig hoefde hij zich geen zorgen meer te maken over de voortplanting en had hij een mooie laatste dag.

3 september 2013

Zwangerschapsgezelschap

Drie vrouwen zaten op het terras. Een fles Badoit stond aangebroken op tafel, ze hadden ieder een glas vol.

Ze praten over hun mannen, de toekomstige kinderen en klaagden over vriendinnen. Toen zag ik het: ze waren alle drie zwanger.
Ik besefte het pas laat, maar ze kenden elkaar van zwangerschappuffen. Geweldig hoe die vriendschappen ontstaan en bewust ook in stand blijven als de baby’s ter wereld zijn gekomen.

Toch zie ik hier een forcatie. Het idée van een zwangerschapsgezelschap, hoe geweldig gezellig dat is, was voor hen de reden om het te doen -eigenlijk denk ik dat heel veel mensen om die reden überhaupt dingen doen-. Samen kneuteren over nieuwe ledikantjes en straks, als de kinderen een paar maanden oud zijn, op te scheppen: “Nou, mijn meisje kan al lopen en zegt al bijna mama. Zo schattig als ik dat kleintje in de ogen kijk en ziet dat ze mij herkent.”
Dan iedere maand samen komen voor updates, maar eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd te zijn in de ander, enkel om gezien te worden en deel uit te maken van de (sociale) maatschappij.

Hoe meer ik er over na ging denken, hoe depressiever ik werd. Hoe vrouwen zijn, hoe het leven voortkabbelt.

De jongste van de drie, ik gok midden twintig, was het meest aan het woord en klaagde over haar man die niets deed in het huishouden. Ze werd uitgenodigd voor een etentje bij haar schoonouders en na het eten zei haar schoonmoeder tegen haar: “Kom, wij vrouwen ruimen wel af.” En dat terwijl de vrouwen ook gekookt hadden, “Afschuwelijk!”. Hoe lyrisch was de jongste dat dit zo met de paplepel werd ingegoten bij haar man. Thuis was het namelijk niet anders. Haar man deed zelfs een keer de afwas en zei nadrukkelijk tijdens zijn schoonmaak: “Zie je dat ik dit ook doe?”, en dat terwijl ze net het hele huis van A tot Z had schoongemaakt.
Maar ze mocht in haar handen knijpen, want een vriendin van haar had een man, daar een vriend van die deed niets, volgens diegene zijn vrouw. Zijn vrouw was ook zwanger en kreeg net te horen dat ze een meisje kreeg. De jongste vond het leuk, iedereen om haar heen kreeg jongens. De vrouw begon daarna met: “Ja, maar een jongen heeft ook voordelen” en de jongste begon te zuchten en vond het vervelend dat de vrouw zo klaagde.
En ondertussen tijdens de Badoit maar door praten over de negatieviteit van haar leven.

En toen dacht ik: die vrouwen hebben niets anders. Ze kennen elkaar van het zwanger zijn, dat zijn hun enige overeenkomsten. Ze móeten het wel over hun mannen en hun zwangerschap hebben.

Er was een stilte en de oudste kwam tot de conclusie dat hun mannen best lief waren om af en toe mee te gaan naar zwangerschapsyoga. Het is voor die mannen ook niet makkelijk.

Ze lachten en bestelden nog een schaaltje olijven in plaats van stokbrood met kruidenboter. Want ze waren al zo veel aangekomen door het kind in hun buik.

20 augustus 2013

Een jaar de tijd

Wat als u te horen krijgt dat u over een jaar eindelijk, eíndelijk krijgt wat u het liefst wilt in de hele wereld. Mooier dan prachtig dan bedacht kan worden in de kosmos.

Dat is geweldig.

Maar,
Maar het duurt een jaar.
Een heel jaar.
365 dagen.

Driehonderdvijfenzestig dagen verlangen, smachten naar datgene wat u het meest begeert.

Psychoses liggen op de loer, wanen komen sluipen binnen. Obsessie volgt.

En na 364 dagen gaat u slapen.
Een diepe slaap.
Vol mooie dromen.

Dag 365 is niet houden. Morgen! Morgen is het tijd. Morgen gebeurt het.
Bloed stroomt en stroomt door de aderen.

Verlangen, hoop.
Het is toch een prachtig fenomeen.

Tags:
29 april 2013

Oranje meeneemkoffie

“Schrijf anders een stuk over Koninginnedag!”, zeiden ze tegen mij. Alsof ik daar echt iets over te melden heb.

Het is niet dat ik anti-koningshuis ben, maar ik ben ook niet pro. Het is leuk dat het er is, maar verandering hoeft niet. Als we een republiek waren, ook best.
Ja, dat is lekker makkelijk.

De Koningin, en straks De Koning, neemt wel al die publiciteitsrotzooi weg van de premier. Dat lijkt mij wel prettig voor hem. Kan Rutte, voor zolang hij er nog zit, zich richten op de politiek.

Koninginnedag. Ik moet dan enkel denken aan kleedjes, oranje en schreeuwende, te vrolijke kinderen. En nu de laatste paar jaren aan drukte bij de meeneemkoffie. Al vind ik Koninginnedag eerder een dag voor alcohol. Lekker aangeschoten op een stoeltje in de zon, soms eens “Kijk je uit voor de auto’s?” En “Nee, je mag Miep helemaal niet nat gooien met waterballonen!” roepen naar de kinderen al let je helemaal niet op hen. Trouwens, waterballonen… Of is dat te veel van vroeger? Volgens mij zitten die kinderen nu enkel te whatsappen de hele dag door, thuis, op de bank. Niets kleedjesmarkt.

Hoe zit het eigenlijk, die troonwisseling is er die dag. Moet het hele volk dan met schermen in de stad dat volgen en juichen tegelijk? Of hebben ze een uurtje ook ingepland van onze kleedjesmarkt? Waarschijnlijk zit Het Volk gewoon voor de televisie met dampende anijsmelk op tafel.

Traditiegetrouw, noem ik dat.
Hoe durven ze kleedjesmarkt af te pakken.
En de meeneemkoffie’s.

Kom maar koffie halen bij ons, de espresso staat vanaf 8u goed en ‘oranje’ komt er bij ons niet in.

8 april 2013

Bewust van je welzijn in Afrika

Wel bidden tot God iedere keer als ze eten. Dankbaar voor het feit dat zij gewoon kunnen eten en onderdak hebben. Niet te vergeten de liefde die ze krijgen door hun naasten.
Dat is zeker goed. Het bewust zijn van hetgeen dat wij als Nederlanders in het algemeen hebben.
Maar het bewust-zijn-van zelf is niet genoeg. Want wat hebben die arme Afrikanen zonder vers water daar aan?

Nothing. Niets. Ingenting.

Dus ik stel voor:
Massabussen ingepakt met cupcakes, macarons en al die patisserie dingen. Want dat is typisch Nederlands en helemaal hot. Voor de goede orde, sushi is dat niet meer. Onder de banken, op de stoelen, tussen de wielen. Wel van afblijven tijdens de rit.
Haha, kom je met een lege bus aan. Dat is net zoiets als terugkomen van een schoolreisje zonder leerlingen.

5 april 2013

Twee (bijna) identieke auto’s voor de deur

Een hoekhuis in een normale woonwijk, niet te groot en niet te klein. Op de oprit links van het huis stonden twee kleine auto’s geparkeerd. Geen gezinsauto’s. Waarschijnlijk zouden de derde en vierde meerijders zich doodergeren aan het lage dak.
Wat zouden de bewoners hebben gedacht? Ik stel mij zo voor dat man en vrouwlief op de bank zaten en net halverwege De Wereld Draait Door, daar tijdens de muziek, die iets te progressief en te modern voor hen was, een conversatie startten. Vriendin, tevens steun en toeverlaat van mevrouw des huizes, liet vallen hoe makkelijk dat tweede karretje voor de deur was. Zeker nu ze de kleinkids had op te halen bij haar dochter. Haar dochter van 1 meter tachtig en maat 36, was te druk voor haar kinderen door haar grandioze carrière. Zij moest natuurlijk ook op de centen letten, dus mocht haar moeder op de kids letten.

“Schat, waarom nemen we niet een tweede auto erbij? Gewoon een kleintje voor mij en mijn boodschappen.”
“Oh dolle vrouw, wat een heerlijk impulsief idee toch weer! Maar laten we matchen, neem dezelfde als die we nu hebben.”
“Nee, ik wil niet zo’n zelfde, iets anders.” (“Ik ben een persoonlijkheid, hoor!” Zou nog volgen, maar dat zou bits uit de hoek komen. Dat kon ze op dit moment niet maken.)

Waarom dezelfde? Waarom bijna identiek aan de vorige? Dat is zoiets als het uitzoeken van een tweede hond die matcht met de eerste. Een golden retriever en daarna een zwarte labrador. Rassen kunnen goed met elkaar overweg, dol op water, maar toch net iets anders. Doe mal.

Nu is het wel zo dat je tegelijk met de honden uit wandelen gaat. Of je moet erg wanhopig zijn in je sociale contacten en hond per persoon een rondje maakt voor de buurtcredits.
Nee, jij en je twee honden lopen samen. Mits je daar iemand voor inhuurt, dan word jij niet gezien met de twee vloekende honden, maakt ook niet meer uit welke rassen je kiest.

Enfin, je gaat niet tegelijk in twee auto’s rijden. Dat is raar.

Klaar.

6 maart 2013

Leuk laat ik liggen

Geldsmekende mensen met een baantje. Zet een arrogante nee-geen-belangstelling-ik-heb-geen-geld gezicht op en ze laten je met rust, loop gerust door.

Soms.

Hij had een bord met briefjes bij zich, ging pal voor mij staan en zei: “Wil je iets leuks op m’n bord schrijven?”
Sommige openingszinnen brengen mij wel van m’n stuk.
Ik: “Iets leuks? Nee, ik ben niet leuk.”
Zegt hij: “Nou, je ziet er anders best wel leuk uit.”

Voor grappige, korte, adremgebeurde pitchline heb je andere kwaliteiten nodig dus dat bord liet ik voorbij gaan.

Misschien hangt het wel in een groot museum en krijg je als medeschrijver een percentage van de opbrengst. Helaas.

14 februari 2013

Valentijnmagneet

Geliefden hielden elkaars hand vast.
Ze wilden het niet, maar kregen de hand niet los.
Alsof er een magneet zijn werk deed.

Oh nee, het was De Valentijn.

Tags: ,
26 januari 2013

Luguber pretpark The Doors, Spanish Caravan

Muzikale aanleiding en bevestiging van deze lugubere omschrijving van één of andere sfeer:


Luister,

Een park voor gezelligheid en koesterheid, waar de wind hard waait. Geluidloos. Het is er donker, ook al schijnt de zon. Stofwolken waaien op.

Wandelen door een bezeten plaats. Vol plezier en kinderen met een lach. Het is allemaal schim. Kinderen rennen en wijzen trots naar een attractie om hun adrenaline op te wekken.

Mensen die de ergernissen en schande van de wereld vergeten. Een fantast omringd door een hek.

Geritsel is het enige geluid dat de oren reikt. Voetstappen en geadem. Hartslagen voelen in de keel. Negeren van duistere krachten, of juist paranoïde in wording.

Verlaten plekken met stof en groen. Suikerspinnen hebben plaats gemaakt voor hoge, dichtbevolkte bomen. Rode en bruine bladeren met ongedierte maken huis.

Een kind neemt een aanloop en plonst in een diepe regenplas. Schim. Het lacht. De camera draait om, draait en draait.

Ogen in de struik. Op zoek naar versheid. Ze zijn de stilte zat. Het moeras zucht.

Zelfs praten maakt geen geluid. De lucht is verdwenen. Kinderen geschminkt met een zon op hun wang maken ruimte voor de donkere gedaanten. De zon laat het voor gezien en de wind gaat liggen.

Gaswolken omringen, dichte mist, maar toch zo weinig vocht. De achtbaan maakt rondes door en door en stopt niet. Gelach en gegil, er wordt genoten van de wind door hun losse, blonde haren.

De deur gaat open en een hand valt losjes eruit, de eerst zo vast geknepen vuist laat de rode kerslolly los. De kers rolt en rolt in de goot. Kerssap vult de kille, bruine omgeving. Een geur van ijzer vult het pretpark.

De kleurloze gedaanten trekken terug, bezitten de achtbaan en de draaimolen. Gelach. Gekibbel.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 164 andere volgers